De Nederlandse en Belgische ministeries voor infrastructuur en mobiliteit hebben hun interesse gedeeld in het verbeteren van grensoverschrijdende spoorverbindingen. In een gezamenlijke verklaring werd het belang van een directe treinverbinding tussen Eindhoven en Brussel benadrukt: de zogenoemde Brainport-Brussel-lijn.
Doel is om forenzen en zakelijke reizigers uit de Brainport-regio efficiënter te verbinden met het politieke en economische hart van België, terwijl tegelijk de logistieke netwerkcapaciteit in het noordwesten van Europa wordt versterkt.
De bespreking omvat niet alleen personenvervoer; ook de verbetering van goederencorridors en de aansluiting op Duitse routes staat op de agenda.
Beiden partijen noemen veiligheid, bereikbaarheid en economische concurrentiekracht expliciet als prioriteiten. Er is nog geen definitief investeringsbesluit genomen en veel details, zoals of er nieuw spoor moet worden aangelegd of bestaand traject wordt benut, worden vooraf onderzocht.
Waarom een directe verbinding belangrijk is
De voorgestelde lijn heeft meerdere functies. Ten eerste vermindert een directe route het aantal overstappen en verkort het reizen tussen technologische knooppunten en bestuurlijke centra. Voor medewerkers van hightechbedrijven in de Brainport-regio betekent dat een betere dagelijkse mobiliteit. Ten tweede draagt een efficiënter spoortraject bij aan de economische verbinding tussen regio’s: snelle en betrouwbare verbindingen stimuleren samenwerking, kennisuitwisseling en arbeidsmobiliteit.
Daarnaast is er een strategische dimensie: betere spoorwegen kunnen ook worden ingericht voor militaire mobiliteit en het soepel laten verlopen van bevoorradingen bij noodsituaties.
Projectscope en logistieke ambities
Naast de Brainport-Brussel-propositie kijken Nederland en België naar verbeteringen aan bestaande vrachtlijnen, met name die tussen de havens van Gent en Terneuzen en de aansluitingen richting Duitsland.
Het plan omvat het evalueren van bestaande tracés en het onderzoeken van nieuwe infrastructuur zoals een mogelijke heropleving van de historische ‘IJzeren Rijn’ of alternatieve corridors. Door deze netwerken te versterken wil men de concurrentiepositie van Noordwest-Europa in het internationale goederenverkeer verhogen, met kortere transittijden en grotere betrouwbaarheid.
Goederenstromen en havens
De verbinding tussen kusthavens en het achterland is cruciaal voor import en export. Een hogere capaciteit op de rails kan vrachtwagens van de weg halen, congestie verminderen en de CO2-uitstoot terugdringen. In dat kader wordt onderzocht hoe bestaande terminals en sporen geoptimaliseerd kunnen worden, zonder dat daarvoor onnodig grootschalige nieuwbouw nodig is. Het versterken van intermodale verbindingen is een hoeksteen: efficiënte overstapmogelijkheden tussen schip, trein en vrachtwagen verhogen de aantrekkingskracht van de regio voor logistieke investeringen.
Besluitvorming, planning en volgende stappen
De intenties van beide landen moeten worden omgezet in concrete acties. Overheden willen voor de zomer duidelijkheid scheppen over de verdere stappen richting uitvoering, maar nog ontbreekt structurele financiering. Provincies, spoorbeheerders en andere stakeholders zijn betrokken bij de planstudies om haalbaarheid en kosten-batenanalyses op te stellen. Daarnaast is afgesproken dat de betrokken ministers minimaal eenmaal per jaar de voortgang van het spoordossier bespreken om continuïteit in samenwerking te waarborgen.
Tijdspad en financiering
Er is nog geen definitief tijdspad, omdat eerst technische en logistieke opties moeten worden bekeken en er overeenstemming nodig is over middelen. Mogelijke oplossingen variëren van het gebruiken van bestaande infrastructuur met gerichte upgrades tot het aanleggen van nieuw spoor waar dat nodig blijkt. De komende maanden worden studies verwacht die meer duidelijkheid geven over investeringsbehoefte, aanlegkosten en de precieze vorm van de Brainport-Brussel-lijn.
Terwijl technische, financiële en organisatorische vraagstukken nog moeten worden opgelost, is de politieke wil aanwezig om zowel passagiers als goederen sneller en veiliger over de grens te laten reizen.