De Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR) werkt aan een nieuw nationaal plan om moslimdiscriminatie aan te pakken. Initiatiefnemer Rabin Baldewsingh, die aanvankelijk terughoudend stond tegenover een aparte coördinator, stelt nu dat het probleem te omvangrijk is om te negeren.
In eerdere fases vreesde hij voor versnippering van het bredere antidiscriminatiebeleid; vandaag zegt hij dat onderzoeken en signalen uit de praktijk vragen om een gerichte aanpak.
Het ontwerp richt zich op directe betrokkenheid van de betrokken groepen: gemeenschappen, maatschappelijke organisaties, onderzoekers en lokale bestuurders.
De aanpak moet niet alleen op papier ontstaan maar door middel van gesprekken en praktijkervaringen. Het einddoel is een reeks concrete voorstellen die aan het kabinet worden aangeboden aan het einde van dit jaar, met maatregelen die vooral inzetbaar zijn in onderwijs, arbeidsmarkt en de bestrijding van online haat.
Waarom nu een aparte programmaleider?
Volgens Baldewsingh ontstond de vraag al langer binnen de moslimgemeenschap: er was behoefte aan een aanspreekpunt dat structureel en zichtbaar werkte tegen discriminatie specifiek gericht op moslims. Politieke respons bleef uit en daardoor ontstond volgens hem een vacuüm.
De NCDR wil deze leemte vullen door een programmaleider te benoemen die verantwoordelijk wordt voor coördinatie en het verzamelen van ervaringen en feiten. Het doel is niet om beleid te fragmenteren maar om bestaande instrumenten beter te richten.
Van bezorgdheid naar daadkracht
Baldewsingh benadrukt dat hij eerder terughoudend was omdat hij vreest dat te veel aparte rollen kunnen leiden tot versnipperd beleid. Toch concludeert hij dat de omvang en de toename van incidenten rondom moslimdiscriminatie extra aandacht vereisen. Veel studies wijzen op een stijgende lijn; die feiten geven volgens hem voldoende reden om nu een coördinerende rol te creëren en daarmee actief te interveniëren.
Wat wordt de taak van de programmaleider?
De nieuwe programmaleider krijgt de opdracht om in gesprek te gaan met de moslimgemeenschap, maatschappelijke organisaties, onderzoekers en lokale autoriteiten. Taken zijn onder meer het ophalen van ervaringen, het analyseren van knelpunten en het formuleren van oplossingsrichtingen. De nadruk ligt op praktische maatregelen: van preventie in scholen tot interventies op de werkvloer en tools tegen online haat. Deze werkwijze moet voorkomen dat beleid alleen vanuit beleidsbureaus wordt bedacht.
Focusgebieden en werkwijze
Concrete domeinen die expliciet genoemd zijn, omvatten onderwijs, de arbeidsmarkt en digitale hate speech. De programmaleider zal zowel kwalitatieve ervaringen als kwantitatieve onderzoeken verzamelen om beleidsaanbevelingen te onderbouwen. Belangrijk is volgens de NCDR dat het proces transparant en inclusief is, zodat maatregelen breed gedragen worden en daadwerkelijk effect sorteren in het dagelijks leven van mensen die te maken krijgen met discriminatie.
Positionering binnen de overheid en vervolgstappen
Baldewsingh wil het dossier onderbrengen bij het ministerie van Binnenlandse Zaken zodat de aanpak vanuit een neutrale positie kan plaatsvinden en beschermd wordt door de grondwettelijke kaders. Naast de nieuwe functie bestaat er al een nationale coördinator voor de bestrijding van antisemitisme; die rol is ingevuld door Eddo Verdoner. Het NCDR-model volgt hiermee een precedent: specifieke discriminatievormen krijgen een aanvullende aanspreekstructuur binnen het overheidsapparaat.
Het plan moet formeel aan het kabinet worden aangeboden aan het einde van dit jaar. Tot die tijd zijn consultaties en het verzamelen van bewijsvoeringen en ervaringsverhalen essentieel. De NCDR benadrukt dat succes afhangt van duurzame samenwerking tussen overheid, onderzoeksinstellingen en maatschappelijke organisaties. Alleen zo kan een programma ontstaan dat zowel zichtbare als structurele vormen van moslimdiscriminatie effectief terugdringt.