Naar inhoud
21 juli 2026

Meeste drugsaanwijzingen bij verkeersdeelnemers: cannabis koploper

Analyse van 64.000 bloedmonsters toont dat cannabis in 71% van de positieve gevallen wordt aangetroffen; meerdere middelen komen vaak voor

Meeste drugsaanwijzingen bij verkeersdeelnemers: cannabis koploper

Recent onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) op basis van 64.000 bloedmonsters verzameld tussen 2017 en 2026 biedt een helder beeld van welke middelen worden aangetroffen bij bestuurders die verdacht worden van rijden onder invloed. De cijfers maken duidelijk dat cannabis verreweg het meest voorkomt: in ongeveer 71% van de positieve monsters werden sporen van THC aangetroffen. Achter deze koploper volgen amfetamines (waaronder speed en xtc) met circa 30%, cocaïne met ongeveer 15% en GHB rond 6,8%.

Belangrijk om te benadrukken is dat percentages elkaar overstijgen omdat ruwweg 20% van de gevallen meerdere middelen tegelijk bevatte. Veel van die combinaties omvatten cannabis naast amfetamines of cocaïne, en er zijn ook gevallen met drie of vier tegelijk aangetroffen. Het onderzoek plaatst deze uitkomsten in de context van de sinds 2017 ingevoerde procedure waarbij de politie eerst een speekseltest gebruikt als screening, gevolgd door een bloedafname voor een gedetailleerde analyse wanneer de verdenking bevestigd lijkt.

Wat vertellen de cijfers precies?

De dataset van het NFI omvat ruim 64.000 monsters en laat meerdere trends zien. Ten eerste is de dominantie van cannabis onmiskenbaar: in 71% van de positief geteste gevallen werd THC gevonden. Ten tweede tonen de cijfers dat het gelijktijdig gebruik van middelen geen uitzondering is; ongeveer één op de vijf positieve tests laat twee of meer stoffen zien. Deze combinaties verhogen volgens onderzoekers het risico op ongevallen, omdat de effecten elkaar kunnen versterken of op onvoorspelbare wijze samen kunnen werken.

Verdelingen en opvallende patronen

Naast de absolute percentages valt op dat verschillende middelen in verschillende leeftijden vaker voorkomen. Jongere bestuurders onder de 26 jaar bleken relatief vaak THC in het bloed te hebben, terwijl het gebruik van cocaïne en amfetamines stijgt met de leeftijd. Ook is bijna 92% van de aangehouden bestuurders man, met een gemiddelde leeftijd rond de 29 jaar. Deze demografische patronen geven richting aan preventie- en handhavingsmaatregelen die zich op specifieke groepen kunnen richten.

Toename van tests en procedurele achtergrond

Sinds de invoering van de bevoegdheid voor politie om een speekseltest af te nemen bij vermoeden van druggebruik (vergelijkbaar met de blaastest voor alcohol) is het aantal bloedafnames sterk gestegen. Waar in 2026 nog 4.450 bloedmonsters werden afgenomen, steeg dat aantal naar 28.841 in 2026 volgens cijfers van de nationale politie. Die stijging weerspiegelt zowel een intensievere controlepraktijk als een grotere afhankelijkheid van laboratoriumonderzoek om vast te stellen welke middelen precies aanwezig zijn en in welke concentraties.

Waarom bloedonderzoek belangrijk blijft

De speekseltest biedt een snelle indicatie, maar alleen bloedonderzoek geeft een nauwkeurigere inzicht in welke stoffen zijn gebruikt en in welke mate. Dat is cruciaal voor zowel juridisch bewijs als voor het begrip van risico’s op de weg. Het NFI heeft aangegeven dat het verder wil onderzoeken hoe vaak aangetroffen middelen daadwerkelijk leiden tot ongevallen; op dit moment is er nog geen sluitende koppeling tussen positieve tests en oorzaken van crashes.

Gevolgen voor verkeersveiligheid en vervolgstappen

Dat meerdere middelen regelmatig samen voorkomen signaleert een verhoogd gevaar: gecombineerde effecten kunnen reactie, beoordeling en motoriek sterk aantasten. Experts benadrukken dat rijden onder invloed levensgevaarlijk is en dat het probleem een mix vraagt van handhaving, voorlichting en verder onderzoek. Het NFI wil de relatie tussen druggebruik en daadwerkelijk betrokken zijn bij ongevallen verder uitdiepen, zodat beleid en preventie beter kunnen worden afgestemd op de realiteit die de cijfers laten zien.

Samenvattend biedt het onderzoek een gedetailleerd overzicht van welke middelen bestuurders in Nederland bij verdenking van druggebruik het vaakst in het bloed hebben. De dominantie van cannabis, de aanzienlijke aanwezigheid van amfetamines, cocaïne en GHB, plus de frequente meerzijdige consumptie, vormen concrete aanwijzingen voor gerichte interventies en verdere studie.

Auteur

Roberta Bonaventura

Roberta Bonaventura was ter plaatse bij het instorten van een pieren in Genova om de liveverslaggeving te coördineren, waarbij een redactionele lijn van geverifieerde snelheid werd gehandhaafd. Als verslaggeefster voor breaking news draagt ze een persoonlijk detail bij: een badge die ze kreeg van de perszaal van Porto Antico.