Op zondag opent het Nederlands elftal het WK met een wedstrijd tegen Japan, een land dat steeds meer de aandacht trekt in de voetbalwereld. Wat begon als een ambitieus plan in 2005, heeft geleid tot een opmerkelijke opkomst van het Japanse voetbal. De Japanse voetbalbond streeft ernaar om in 2050 wereldkampioen te worden, maar de vraag is of ze dat al dit jaar kunnen bereiken.
De uitspraken van de Japanse voetbaltop laten zien hoe ver het land is gekomen. De voorzitter van de voetbalbond zei eind vorig jaar dat Japan de finale van het WK kan halen. Bondscoach Hajime Moriyasu ging nog een stap verder en noemde zijn team een dark horseeen verrassingskandidaat. Hoewel Japan nog nooit verder is gekomen dan de achtste finale op een WK, heeft het team de laatste jaren indrukwekkende prestaties neergezet.
De opkomst van het Japanse voetbal
De opkomst van Japan als voetballand is het resultaat van een goed doordacht plan. In 1993 werd de professionele J-League opgericht, een belangrijke mijlpaal in de ontwikkeling van het Japanse voetbal. De competitie werd aangevuld met gelouterde buitenlandse spelers zoals Gary Lineker, Zico en Pierre Littbarski, die de competitie aantrekkelijk moesten maken voor een breed publiek.
Ondanks een moeilijke start, met dalende toeschouwersaantallen en financiële problemen, bleef de J-League groeien. In 1998 plaatste Japan zich voor het eerst voor het wereldkampioenschap, hoewel het toen alle groepswedstrijden verloor. De basis voor het huidige succes werd gelegd in die jaren, zoals Edward Rikkert de Koe, een belangrijke brug tussen het Nederlandse en Japanse voetbal, benadrukt.
De rol van Nederlandse invloed
Hans Ooft, een Nederlander die in Japan een legende werd, speelde een cruciale rol in de ontwikkeling van het Japanse voetbal. Onder zijn leiding won Japan in 1992 voor het eerst het Aziatische kampioenschap. Ooft bracht een nieuwe mentaliteit naar Japan, waarbij het bewustzijn groeide dat het land het wel kon. Dit was een grote verandering ten opzichte van de oude gedachte dat Japan het niet kon.
Het WK in 2002, dat Japan samen met Zuid-Korea organiseerde, gaf een nieuwe impuls aan het Japanse voetbal. Spelers zoals Hidetoshi Nakata en Shinji Ono maakten indruk in Europa, wat de populariteit van het Japanse voetbal verder verhoogde. De J-League werd nieuw leven ingeblazen met een alomvattend honderdjarenplan, waarbij het doel was om in 2092 honderd profclubs te hebben.
De toekomst van het Japanse voetbal
De laatste jaren heeft het Japanse voetbal een opmerkelijke ontwikkeling doorgemaakt. De J-League is intensiever geworden, met meer sprints op hoge snelheid. Dit heeft de stap naar het Europese voetbal kleiner gemaakt. Europese clubs hebben de potentie van Japanse spelers ontdekt, en steeds meer Japanners spelen nu in de topcompetities van Europa.
Het nationale team van Japan is ook veranderd. De spelers zijn gemiddeld vier centimeter langer dan het team dat in 1998 debuteerde. Dit is een teken van de fysieke ontwikkeling die het Japanse voetbal heeft doorgemaakt. De selectie voor het WK in 2026 bestaat grotendeels uit spelers die in Europa spelen, wat de kwaliteit van het team verder verhoogt.
Met deze ontwikkelingen is Japan een sterkhouder geworden in het wereldvoetbal. Hoewel het land nog nooit de finale van een WK heeft gehaald, is het wel een verrassingskandidaat geworden. De uitspraken van de Japanse voetbaltop laten zien dat ze zichzelf niet onderschatten. Het is een spannende tijd voor het Japanse voetbal, en de wereld kijkt met interesse naar hun prestaties op het WK in 2026.


