Hoe het conflict in het Midden-Oosten de Nederlandse economie vertraagt

De recent gepubliceerde berekeningen van Rabobank laten zien dat de oorlog in het Midden-Oosten de Nederlandse economie in bijna elk segment remt. Volgens econoom Leontine Treur zijn er geen sectoren die volledig gevrijwaard blijven; onzekerheid en hogere kosten leiden tot uitstel van uitgaven en vertraging van de binnenlandse vraag.

In dit artikel leggen we uit welke sectoren het eerst effect merken, welke scenario’s Rabobank hanteert en wat dat concreet betekent voor gezinnen en bedrijven in Nederland.

Rabobank onderscheidt drie mogelijke uitkomsten: een snelle beëindiging van het conflict en twee varianten waarbij het geweld langer aanhoudt.

Impact is al merkbaar, zelfs bij een vroegtijdig einde. De bank schat dat uitstel van investeringen en stijgende kosten van energie en logistiek direct doorwerken in productie- en handelscijfers. Deze dynamiek zorgt ervoor dat zowel bedrijven als huishoudens meer onzekerheid ervaren, wat de vraag verder drukt en de groei vertraagt.

Rabobank-scenario’s en impact op industrie

Voor de industrie maakt Rabobank concrete prognoses: waar aanvankelijk een groei van bijna 2% verwacht werd, is die prognose nu bijgesteld naar 1,6%. Bij aanhoudend conflict kan dat verder teruglopen naar 1,4%.

In het zwaarste scenario, waarin olieraffinaderijen in Saudi-Arabië en Qatar jaren buiten gebruik blijven door oorlogsschade, daalt de industrieproductie tot een groei van slechts 0,6%. Deze cijfers illustreren hoe kwetsbaar export- en productieketens zijn wanneer energieprijzen en bevoorradingsroutes verstoord raken.

Wat betekent dit voor ondernemingen?

Een lagere industriële groei vertaalt zich in minder orders, voorraadaanpassingen en terughoudender investeringsgedrag. Bedrijven in energie-intensieve takken zoals staal en chemie voelen eerder pijn door toenemende energiekosten. Door de onvoorspelbaarheid van prijzen en logistiek stellen ondernemers beslissingen uit, waardoor het herstel vertraagt. Rabobank benadrukt dat ook minder zichtbare ketens indirect geraakt worden: toeleveranciers, groothandel en transportbedrijven zien omzet schommelen door verminderde industriële activiteit.

Sectorale gevolgen: horeca en reisbranche

Naast de industrie lopen ook de horeca en de reisbranche directe risico’s. De horeca ondervond al druk door beleidsmaatregelen zoals een hogere btw op hotelovernachtingen en krijgt nu te maken met stijgende energiekosten en een krappere vraag. De reisbranche ziet langereafstandsvakanties afnemen doordat consumenten zich terughoudender opstellen. Bovendien worden belangrijke luchtvaarthubs in de regio, zoals Dubai en Qatar, flink ontregeld, wat gevolgen heeft voor verbindingsvluchten en transitstromen.

Horeca onder druk

Door hogere kosten en afnemende bestedingen kan de groei in de horeca volgens Rabobank omslaan in een krimp van 0,3% in het donkerste scenario. Dat heeft gevolgen voor werkgelegenheid en winstgevendheid, vooral bij kleine hotels en zelfstandige restaurants die weinig buffer hebben. Hogere energierekeningen en onzekerheid over toeristische stromen dwingen ondernemers tot kostenbesparingen of prijsverhogingen, wat op zijn beurt weer de vraag kan drukken. De sector heeft dus extra veerkracht nodig om schokken op te vangen.

Inflatie, huishoudens en worstcasescenario’s

Een belangrijke kanaal waardoor het conflict de economie beïnvloedt, is via de inflatie. Rabobank berekent dat als het conflict binnen enkele weken stopt, de inflatie ongeveer 2,6% kan uitkomen, tegenover een eerdere inschatting van 2,2%. Blijft de situatie langer bestaan, dan kan de prijsstijging op jaarbasis oplopen tot 3,1%. In het zwaarste scenario, met langdurige uitval van raffinaderijen in Qatar en Saudi-Arabië, kan inflatie oplopen naar 4,4%.

Die hogere inflatie heeft concrete gevolgen voor huishoudens: benzineprijzen kunnen boven €3 per liter komen en nieuw afgesloten energiecontracten zouden tijdelijk kunnen stijgen naar ruim €400 per maand, terwijl Rabobank momenteel uitgaat van een gemiddelde energierekening rond €200 per maand. Ondanks deze negatieve effecten groeit de Nederlandse economie in alle scenario’s nog wel door, maar Rabobank wijst erop dat veel sectoren en huishoudens extra buffer en flexibiliteit nodig hebben om de gevolgen op te vangen.

Plaats een reactie