In Arnhem heeft een voormalig gynaecoloog toegegeven dat hij bij behandelingen in de jaren zeventig en tachtig zijn eigen sperma gebruikte om vrouwen te insemineren zonder dat de wensouders daarvan op de hoogte waren. De behandelingen vonden plaats in de kliniek van het Elisabeth Gasthuis, een instelling die later onderdeel werd van Rijnstate.
Tot op dit moment zijn er volgens het ziekenhuis zeker zestien donorkinderen geïdentificeerd, maar onderzoekers en betrokkenen waarschuwen dat het aantal mogelijk uitkomt op enkele tientallen.
Prof. Jan Kremer is door het ziekenhuis aangewezen om de zaak te onderzoeken. Hij meldt dat de voormalige arts meewerkt, onder meer door een DNA-monster beschikbaar te stellen en schriftelijke verklaringen te geven.
De medisch-ethische en maatschappelijke consequenties zijn volgens Kremer groot: naast het schenden van vertrouwen speelt ook de ontdekking dat de arts drager is van een erfelijke aandoening, wat extra onrust bij betrokkenen veroorzaakt. Rijnstate heeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) geïnformeerd en werkt aan heldere communicatie richting de betrokken families.
Wat er volgens het onderzoek gebeurde
Onderzoek wijst uit dat de arts naar eigen zeggen zijn eigen zaad gebruikte als de geplande donor niet kwam opdagen. Destijds werd gewerkt met vers zaad, wat betekent dat er geen bevroren en later ontdooid donorzaad werd ingezet zoals tegenwoordig gebruikelijk is.
De handelingen vonden plaats in een periode waarin er nog geen specifieke wetgeving voor fertiliteitsbehandelingen bestond, al golden er wel professionele gedragsregels. Rijnstate en het onderzoeksteam concluderen dat het handelen van de arts, ook afgezet tegen die tijd, onacceptabel was en inbreuk maakte op de privacy en autonomie van patiënten.
Impact op donorkinderen en familie
Voor de mensen die als gevolg van deze praktijken zijn geboren, gaat het om meer dan juridische vragen; het raakt identiteitsvorming en medische zekerheid. Het feit dat de arts drager is van een erfelijke aandoening vergroot de behoefte aan medische informatie en counseling. Donorkinderen en (wens)ouders ervaren vaak gevoelens van verraad en onduidelijkheid, en hebben behoefte aan heldere antwoorden over afkomst en gezondheid. Rijnstate zegt zich bewuster te zijn geworden van het perspectief van deze groepen en wil een betrouwbare informatiebron en steunpunt bieden.
Vervolgstappen en onderzoek
DNA-onderzoek en identificatie
De voormalige gynaecoloog leverde een DNA-monster in bij het onderzoek zodat mensen die mogelijk een biologische band hebben, hun afstamming kunnen laten toetsen. Het expertisecentrum Fion is door Rijnstate genoemd als instantie waar potentiële donorkinderen hun DNA kunnen afstaan. Het onderzoeksteam benadrukt dat de waarheid stap voor stap aan het licht komt en dat er nog verrassingen mogelijk zijn, maar dat de inzet nu ligt op zorgvuldige identificatie en transparantie richting alle betrokkenen.
Ontmoetingen, testament en nazorg
De arts heeft aangegeven open te staan voor ontmoetingen met zijn biologische kinderen, “als zij dat wensen”, en volgens het onderzoek wil het merendeel van de reeds bekende kinderen die ontmoeting. Daarnaast heeft hij informatie achtergelaten in een testamentaire verklaring, bestemd voor het geval na zijn overlijden kinderen ontdekken dat hij hun vader is en meer willen weten over de familiegeschiedenis. Rijnstate benadrukt dat eventuele samenkomsten met professionele begeleiding en nazorg moeten plaatsvinden, zodat emotionele en medische vragen op een verantwoorde manier worden behandeld.
Hoe contact op te nemen
Rijnstate doet een oproep aan mensen die denken een mogelijke afstamming met de betreffende arts te hebben om zich te melden en eventueel hun DNA te laten onderzoeken bij het expertisecentrum Fion. Belangstellenden kunnen contact opnemen via het opgegeven WhatsApp‑nummer: 06 – 2222 1342. Het ziekenhuis werkt aan betere informatievoorziening en wil zorgen dat donorkinderen, (wens)ouders en donoren toegang hebben tot ondersteuning, medische informatie en duidelijke antwoorden op hun vragen.