Nederlandse huishoudens staan deze week in het middelpunt van de aandacht. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceert belangrijke cijfers over de woningmarkt, energiearmoede en het consumentenvertrouwen. Deze gegevens geven inzicht in de financiële druk op gezinnen en kunnen van grote invloed zijn op beslissingen rond wonen en consumeren.
De publicaties van het CBS zijn van belang voor huizenkopers, woningbezitters, huurders en gezinnen met hoge energiekosten. De cijfers vertellen niet precies wat één individueel gezin volgende maand betaalt, maar geven wel een beeld van de algemene trend. Laten we eens kijken wat we kunnen verwachten.
Huizenprijzen: een koeling van het tempo
Op woensdag 22 juli worden de nieuwste cijfers over bestaande koopwoningen gepubliceerd. In mei 2026 waren huizen gemiddeld 4,4 procent duurder dan een jaar eerder. Dit is een afname ten opzichte van de stijging van 9,7 procent in mei 2026. De gemiddelde verkoopprijs kwam uit op 487.383 euro.
Het Kadaster registreerde in mei 19.120 transacties, wat een daling van 2,5 procent is ten opzichte van mei 2026. Ondanks deze daling werden er in het eerste halfjaar van 2026 5 procent meer woningen verkocht dan in dezelfde periode van 2026. Dit laat zien dat de woningmarkt, hoewel het tempo van de prijsstijging afneemt, nog steeds actief is.
Regionale verschillen spelen een grote rol. In het eerste kwartaal van 2026 was Drenthe de provincie met de hoogste prijsstijging van 8,2 procent. Landelijk waren woningen gemiddeld 5,2 procent duurder dan een jaar eerder. De grote steden bleven achter bij deze stijging. Het is interessant om te zien of deze regionale verschillen in het tweede kwartaal kleiner zijn geworden.
Energiearmoede: een groeiend probleem
Op donderdag 23 juli volgen gegevens over energiearmoede. In 2026 leefden ongeveer 510.000 huishoudens in energiearmoede, wat 6,1 procent van alle huishoudens is. Dit is een toename van bijna 180.000 ten opzichte van 2026, toen het percentage nog op 4,8 procent lag.
Energiearmoede treedt op wanneer een huishouden een laag inkomen combineert met hoge energiekosten en/of een woning met een slechte energetische kwaliteit. Denk aan huizen met slechte isolatie, enkel glas of verouderde installaties. De stijging van energiearmoede is mede te danken aan het afbouwen van landelijke financiële steunmaatregelen na de energiecrisis.
De nieuwe cijfers moeten duidelijk maken of de stijging van energiearmoede is doorgezet. Het is belangrijk om niet alleen te kijken naar het landelijke percentage, maar ook naar het absolute aantal huishoudens en de regionale verdeling. Energiearmoede komt relatief sterk voor in gebieden met oudere woningen en lagere gemiddelde inkomens.
Ook de positie van lage middeninkomens verdient aandacht. Deze huishoudens vallen niet altijd binnen de klassieke definitie van energiearmoede, maar kunnen bij een slecht geïsoleerde woning en hoge maandlasten toch nauwelijks ruimte overhouden.
Consumentenvertrouwen: een teken van herstel?
Naast energiearmoede publiceert het CBS donderdag ook het consumentenvertrouwen over juli. In juni verbeterde dit vertrouwen van min 46 naar min 39, de grootste maandelijkse verbetering in ruim elf jaar. Toch bleef het cijfer ver onder het gemiddelde van de afgelopen twintig jaar, dat op min 11 ligt.
Een negatieve stand betekent dat meer consumenten pessimistisch dan optimistisch zijn. De koopbereidheid verbeterde in juni van min 28 naar min 22. Mensen waren minder somber over hun eigen financiële situatie, maar vonden het nog altijd geen gunstig moment voor grote aankopen. De beoordeling van het algemene economische klimaat bleef eveneens sterk negatief.
De cijfers van juli moeten uitwijzen of het herstel van het consumentenvertrouwen doorzet of dat juni slechts een tijdelijke opleving was. Voor winkeliers en andere bedrijven is vooral de koopbereidheid belangrijk. Wie weinig vertrouwen heeft in zijn toekomstige financiële positie, stelt de aankoop van dure goederen eerder uit.
Het is belangrijk om te benadrukken dat één cijfer nooit het hele verhaal vertelt. Stijgende huizenprijzen zijn gunstig voor bestaande eigenaren die vermogen opbouwen, maar ongunstig voor starters. Minder energiearmoede is zonder meer positief, maar kan zowel komen door lagere energielasten als door hogere inkomens of overheidssteun. Consumentenvertrouwen is geen directe meting van de hoeveelheid geld op een bankrekening, maar laat zien hoe mensen hun situatie en de economie beoordelen.



