De federale politiek is in beroering nu de MR Axel Miller naar voren schuift als kandidaat-voorzitter van SFPIM. Tegelijkertijd zei premier Bart De Wever dat het niet het moment is om de publieke uitgaven te verhogen, en refereerde hij aan moeilijke financiële omstandigheden en het nalatenschap van vorige regeringen.
De Wever gebruikte daarbij de beeldspraak van de kapitein van een zinkend schip om de krappe begrotingspositie te schetsen, en plaatste daardoor de financiële context scherp op de publieke agenda.
De nominatie van Axel Miller activeerde onmiddellijk debat. Miller is bekend als voormalig topman van Dexia, de bank die tijdens de financiële crisis steun kreeg met onder meer 3 miljard euro van de Belgische staat, en later werd opgesplitst waarbij Belfius voortkwam.
De MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez verdedigde de keuze en benadrukte Millers ervaring in het bedrijfsleven en in de Wetstraat, terwijl tegenstanders wijzen op het emotioneel beladen verleden rond Dexia en aanverwante dossiers.
Waarom de benoeming zo gevoelig is
De weerstand komt niet uit het luchtledige: Miller droeg als CEO van Dexia feitelijk verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van risicovolle strategieën die uiteindelijk leidden tot zware verliezen.
Critici halen daarnaast episodes aan uit zijn loopbaan bij onder meer D’Ieteren en financiële instellingen zoals Degroof Petercam, en verwijzen naar de zaak Arco en verliezen in gemeentelijke holdings als voorbeelden van pijnpunten. Dat Miller later als kabinetschef en vertrouweling van Bouchez actief was in de Wetstraat maakt de benoeming politiek beladen: sommige waarnemers noemen het een beloning voor politieke loyaliteit, anderen wijzen op het risico voor het publieke imago van staatsinvesteringen.
Reacties uit politiek en samenleving
Voorstanders
Ondersteuners, voornamelijk binnen de MR, benadrukken Millers netwerk en ervaring met financiële markten als argumenten. Bouchez stelde dat Miller meer competenties bezit dan zijn critici en dat zijn combinatie van privésectorervaring en kennis van de Wetstraat hem geschikt maakt voor het voorzitterschap van SFPIM.
Voorstanders wijzen erop dat topbenoemingen traditioneel verdeeld worden binnen de meerderheidspartijen en dat politieke vertrouwen een rol speelt bij zulke keuzes, vooral wanneer het gaat om de voorbereiding van strategische stappen zoals de gedeeltelijke privatisering van Belfius.
Tegenstanders
De verontwaardiging komt vooral uit oppositionele hoek en van economen. Namen als Meyrem Almaci, Jean-Marie Dedecker en Sofie Merckx omschreven de voordracht als een slag in het gezicht van burgers en een slecht signaal naar wie betaalde voor bankreddingen. De ondervoorzitter van SFPIM, Koen Schoors, liet zelfs weten dat hij zal opstappen als de benoeming doorgaat en vroeg zich publiek af waarom iemand met herhaalde bestuurlijke misstappen een nieuwe kans zou krijgen. Dergelijke reacties onderstrepen dat het dossier niet alleen om competentie draait, maar ook om vertrouwen en representatie.
Wat dit betekent voor de begroting en Belfius
De discussie raakt direct aan het werk van SFPIM, de federale investeringsmaatschappij die miljarden aan activa beheert en betrokken is bij strategische dossiers zoals de verkoop van 20 procent van Belfius. Omdat SFPIM actief is in privatiseringsvoorbereidingen, vergroot de controverse rond de voorzitterskandidaat de politieke gevoeligheid van die operatie. Tegelijkertijd bereidt het kabinet zich voor op begrotingsbesprekingen na een rapport dat een verslechtering van het tekort voorspelt, met een voor 2026 genoemde correctie tussen 1,2 en 1,4 miljard euro. In die context zijn vragen over bestuur, risicobeheersing en publieke legitimiteit extra urgent.
Slotschets en mogelijke gevolgen
Of de benoeming daadwerkelijk doorgaat, zal bepalen of de spanning zich vertaalt in structurele veranderingen binnen SFPIM of tot politieke prijsgeven leidt in de Wetstraat. De dagelijkse leiding van SFPIM ligt bij de CEO, maar het voorzitterschap speelt een belangrijke rol in strategie en toezicht. Als het debat blijft oplaaien, kan dat de timing en het vertrouwen rond de geplande gedeeltelijke privatisering van Belfius beïnvloeden en extra aandacht trekken tijdens de komende begrotingsbehandeling. Voor nu is duidelijk dat de kwestie verder reikt dan een persoonlijke benoeming: het gaat om de verhouding tussen politiek, publieke middelen en verantwoording.